Spring naar inhoud

Op weg naar Pierkondre

13 april 2010

De trainingszaal/ annex lagere school

Het is donderdag en de dag begint vroeg. Om zes uur staat de taxi met Ellen erin klaar voor mijn logeeradres. De gastvrouw is ondanks de vakantie ook wakker en zwaait ons uit. Ik ben blij dat ik mag gaan doen waarvoor ik gekomen ben. En dat ik mij goed voel. Fit en sterk om de lange reis naar het gebied Beneden-Marowijne te aanvaarden en aan het werk te gaan.

We nemen de huizenhoge brug over de Surinamerivier. De dag is nog jong en de lucht vol vocht van de nacht. We stoppen bij een warung voor koffie en een wit puntje met hete kip of Goudse kaas. We vragen ons af hoe dat te consumeren is in een hobbelende auto zonder bruin van de vlekken aan te komen. Maar zonder (oplos: helemaal hot hier!) koffie achter de kiezen op stap is geen alternatief. De weg naar Pierkondre neemt drie uur. Voorspeld was een slechte weg maar het viel alles mee. Oke er waren gaten maar de chauffeur van de taxi weet daar handig om heen te draaien. Vlot en zeker rijdt hij en dat geeft een goed gevoel. Ergens verdwijnt de tijd. Ik weet niet waar naar toe.

Langs de weg zie je bomen en af en toe verschijnt tussen de bomen door een houten huis. Dat huis maakt deel uit van een dorp. Dorpen in het binnenland worden bewoond door Marrons, de bosnegers of door inheemsen, de indianen.  In Suriname denkt men sterk in afkomst en de verschillende groepen hebben ook verschillende gremia waarop ze zichtbaar zijn. En in het binnenland vaak ook verschillende dorpen waarin ze wonen. Maar wij gaan eerst naar Albina, dat meer een stad is dan een dorp. Niet te verwarren overigens met de ‘De Stad’ . Daar is er maar een van in Suriname: Paramaribo. Vlak voordat in Albina zijn, stoppen we bij een ‘natuurtoilet’ dat ook zomaar een bushuisje had kunnen zijn.

We stoppen niet in Albina maar trekken direct door naar het aangrenzende Indianendorp Marijkedorp. Er staat een bordje dat aanduidt dat we  de indianendorpen binnentreden. Ik sta even innerlijk stil om het land te begroeten. Binnen enkele minuten leidt een rode weg ons naar Pierekondre. We stoppen voor de school waar de training plaats zal vinden. Maar eerst gaan we de kapitien van het dorp begroeten. Hij woont prachtig aan het water van de Marowijnerivier met een klein strandje voor de deur.

Het uitzicht uit de school

Het ontbijt bestaat uit witte puntjes, hete kip en Goudse kaas en staat klaar voor alle deelnemers. Die komen uit alle windrichtingen met de auto, motor of met de boot. Er is een grote pan met heet water waar we oploskoffie mee kunnen maken.  Echt afkoelen doet het hier in Suriname niet. Het hele land fungeert wat dat betreft als een groot rechaud.

Ellen-Rose opent de training en ik zit en kijk naar ‘ buiten’ door de grote openingen in het gebouw. Een gevoel van ontroering overvalt mij. De tranen lopen over mijn wangen en ik ben vol verwondering over wat mij overkomt. Dit gevoel herken ik niet een twee drie. Ik richt mijn blik weer naar buiten en het valt mij op hoe sterk de indrukken van buiten naar binnen komen. De helderheid van de groene achtergrond is enorm. Ik kan elke boom, elk blad op zich zelf zien. Ik weet dat ik straks stevig op mijn benen wil staan en besluit daarom even een rondje om te gaan om mijzelf hier te aarden.  Mijn lichaam moet wennen aan de omgeving hier. Ik sta op en verontschuldig mijzelf. Omdat ik eigenlijk ook niet zo goed weet waar ik wel en niet kan gaan, maak ik het mijzelf makkelijk en ga op het trappetje achter het gebouw zitten. Ik draai van de speciaal voor de gelegenheid uit Nederland meegebrachte slag een sigaretje. Na een kort moment blijkt het pauze te zijn en een van de deelnemers komt even bij mij staan. Hij vertelt mij over het hoge zuurstof gehalte van de lucht hier en ik begrijp het onmiddelijk. Ik ben een beetje high van de geconcentreerde lucht die ik inadem. Ik lach om mijzelf en herpak mijn energie.  Het is tijd om aan de slag te gaan….

Als het 5 uur is en de dag wat de training betreft om is, kijk ik terug op een heerlijke ervaring. De vrije energie die er in de groep heerst, brengt mij ook tot mijn maximale vermogen om ‘vrij’ te werken. Ik voel mij vrij om te spreken en de woorden vloeien in een prettige stroom. Uiteraard sta ik als altijd op mijn blote voeten te werken maar hier komt het meer natuurlijk over. Toch is de atmosfeer niet ontspannen, gelukkig want er mag en moet met volle aandacht gewerkt worden. Het is duidelijk te merken dat de mensen willen leren. Dat heb ik wel eens anders gezien. Wat volgens mij ontbreekt is de laag van stress die daar meestal overheen hangt. Nu is er meer openheid. Maar ook bescheidenheid. Dus het vraagt van mij andere kwaliteiten dan , even vragen  om te checken of de stof is begrepen. Later schrijf ik meer over wat ik heb geleerd van de andere manier van werken.

Na afloop gaan we met de auto naat het guesthouse in Albina, een rommelig plaatsje buiten de inheemse dorpen. Een wereld van verschil. Hier maken de gouzoekers en handelaars met het Franse land (Frans Guyana) aan de overkant de dienst uit. En dat is zichtbaar want het lijkt alsof niemend wat om de omgeving geeft. Zelfs de bomen staat er treurig, biijna kaal voor tropische begrippen, bij.  Om wat te eten gaan we naar Sjaggie’s BBQ. Een gekke plek aan de straat. We pakken bier en patat, met kip uiteraard en wisslen reiservaringen uit met het dorpshoofd en zijn Basja.

Vanwege een te grote hoeveelheid muggen breek ik deze schrijfsessie af. Morgen naar het binnenland voor de tweede (driedaagse)  training. Wordt dus vervolgt als ik terug ben denk ik ….

Nog geen reacties

Geef een reactie

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log Out / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log Out / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log Out / Bijwerken )

Verbinden met %s

Follow

Get every new post delivered to your Inbox.