Spring naar inhoud

Communicatietraining in het binnenland van Suriname

30 maart 2010

Naar Suriname.

Ik ben gevraagd, als trainer bij Villa Sophia,  om een communicatietraining te geven voor de dorpshoofden van de inheemse Indianen-stammen in het binnenland van Suriname. Het project gaat uit van de VIDS , Vereniging van Inheemse Dorpshoofden in Suriname en de CLIM, Commissie Landrechten Inheemsen Beneden-Marowijne (CLIM) en richt zich op de versterking van het inheems traditioneel bestuur in Beneden-Marowijne. De rechten die inheemse stammen hebben vanuit de volkenrechtelijke verdragen zijn in internationaal verband tot stand gekomen. Het is de kunst om die te integreren in lokaal bestuur. Er heerst een spanningsveld vergelijkbaar met wat wij in Nederland vanuit Europees verband aan regelgeving meekrijgen en hoe zich dat verhoud met onze wet en regelgeving. Duidelijk is dat de belangen van de lokale bevolking en die van de beleidsmakers in Paramaribo lang niet altijd parallel lopen. De aantrekkingkracht van de mogelijke winsten uit de exploitatie van de natuurlijke bronnen is er te groot voor. Het lokale bestuur moet gaan leren omgaan met dit spanningsveld om te voorkomen dat de lokale gemeenschappen geheel overspoeld worden door de moderne goudzoekers.

Via de Rotary ben ik in contact gekomen met Ellen-Rose Kambel. Zij is juriste en is gespecialiseerd in internationaal volkenrecht. Zij heeft een opdracht verworven om in haar geboorteland Suriname de inheemse dorpshoofden te informeren over hun rechten als het gaat om landbeheer en te trainen hoe zij daar gebruik van kunnen maken. Daarvoor heeft zij een drie-jarig programma opgesteld. In dit programma komen zaken aan de orde als Surinaams en internationaal recht maar vooral ook onderwerpen over het voeren van goed bestuur. In dat kader kom ik assisteren. Want als je goed wilt besturen, moet je ook goed kunnen communiceren. Onderling met het bestuur, maar ook met de dorpelingen en met de landelijke en internationale organisaties.

Als achtergrond informatie – is het ook leuk om dit rapport te bekijken: http://www.forestpeoples.org/documents/conservation/suriname_10c_feb06_dutch.pdf. Het is een fors rapport, maar het is light reading met veel foto’s en je krijgt een goed beeld van de dorpen waar het om gaat.

Villa Sophia verzorgt twee keer vergadertraining van een dagdeel aan de dorpshoofden. Op het programma staat ook een vergelijking van westerse en traditionele vergadertechnieken (met video). Ik reis dinsdag 6 april af naar Paramaribo. Een dag later reizen we verder naar het dorp Erowarte in Marowijne. Ellen-Rose geeft daar drie dagen training waar ik dus een dagdeel van invul. Na die drie dagen reizen we terug naar Paramaribo. Ellen-Rose heeft daar een aantal gesprekken te voeren. Dan vertrekken we weer naar een ander dorp en herhalen de training voor de dorpshoofden daar. Na afloop gaan we via Paramaribo terug naar Nederland. Daar zal ik aan de projecthouders verslag uitbrengen van mijn activiteiten. En aan iedereen die graag wil horen wat ik heb ervaren.

Ik ben zelf vooral benieuwd naar wat de dorpshoofden willen leren van westerse communicatie. Ik al ze zeker vertellen over hoe bij ons het individu steeds meer centraal is komen te staan en daarmee de individuele mening een plaats heeft gekregen. En hoe dat ook door kan slaan. En ik kijk ernaar uit om van hen te leren van wat zij nog weten vanuit hun oeroude traditie. Die is meer gericht op het afstemmen op het geheel. De methode van de ‘talking stick’ was daar een voorbeeld van. Ik ben benieuwd of zij die gebruiken.

Villa Sophia genomineerd voor Amsterdams

28 september 2010

Villa Sophia genomineerd voor Amsterdamse Award voor sociaal en slim ondernemen. Jury koos uit 1000 organisaties. http://ow.ly/2KY7v

The tien inheemse geboden

22 juni 2010

1. Remain close to the Great Spirit.

2. Show great respect for your fellow beings.

3. Give assistance and kindness wherever needed.

4. Be truthful and honest at all times.

5. Do what you know to be right.

6. Look after the well being of mind and body.

7. Treat the earth and all that dwell there on with respect.

8. Take full responsibility for your actions.

9. Dedicate a share of your efforts to the greater good.

10. Work together for the benefit of all man kind.

Op bezoek bij de Rotary in het Krasnapolski Paramaribo

14 april 2010

Op bezoek bij de Rotary

De voorzitters aan tafel

Mijn lidmaatschap van de Rotary speelt een belangrijke rol in dit avontuur. Eerst heb ik Elllen-Rose Kambel daar leren kennen toen zij een presentatie over haar werk kwam geven bij mijn club in Amsterdam: Rotary Amsterdam Arena. Veel van onze leden hebben banden met Suriname en van daaruit ook met de clubs hier. Een van onze leden woont inmiddels tijdelijk in Paramaribo. Hij heeft mij mee uitgenomen naar het oude historische centrum. We hebben even gekeken bij Fort Zeelandia en daarna gegeten in het oude waaggebouw waar het gewicht van de slaven werd vastgesteld. Prachtig gerestaureerd maar het is ook confronterend om de ‘weegschaal’ te zien staan.  Na het eten hebben we rondgelopen in de grote tuin van Hotel Torarica. Het oudste hotel van Paramaribo. Schitterend gelegen aan de Surinamerivier. In alle luxe hoef je niet over veel fantasie te beschikken om het koloniale tijdperk in je geest te laten herleven. Met alles wat daarbij hoort uiteraard. Wil je er over lezen, kies dan bv: ‘ De koningin van Paramaribo’ van Clark  Accoord over de grootste prostituee van haar tijd.

De volgende avond was ik weer in de stad. Nu om op bezoek te gaan bij een van de drie Rotary clubs die hier gevestigd zijn. Ik trof het typische Rotary sfeertje aan. Hier kun je zien hoe collectieviteit de hele wereld over kan gaan. Tussen alle mannen, en gelukkig ook een paar vrouwen, kon ik de gelegenheid benutten om iets te zeggen over de verantwoordelijkheid die zij in mijn ogen hebben om te zorgen voor het land en dus ook het binnenland. Het Amazonegebied is de longen van deze wereld. De inheemsen zijn vaak de gate-keepers daarvan. Het is goed als zij vanuit de stad ondersteund worden.

Napraten na afloop

Inspiratiemiddag met Inheemse Vrouwen

14 april 2010

Vanmiddag gaan we naar het kantoor van de vereninging van Inheemse leiders. Er is een inspiratiemiddag voor de vrouwen die daar werken of erbij betrokken zijn. Vrouw-zijn is een van de onderwerpen. En ook leiderschap staat weer op de agenda. Wat voel ik mij bevoorrecht vanuit mijn twee favoriete onderwerpen te mogen bijdragen! wordt vervolgd….

Op weg naar Pierkondre

13 april 2010

De trainingszaal/ annex lagere school

Het is donderdag en de dag begint vroeg. Om zes uur staat de taxi met Ellen erin klaar voor mijn logeeradres. De gastvrouw is ondanks de vakantie ook wakker en zwaait ons uit. Ik ben blij dat ik mag gaan doen waarvoor ik gekomen ben. En dat ik mij goed voel. Fit en sterk om de lange reis naar het gebied Beneden-Marowijne te aanvaarden en aan het werk te gaan.

We nemen de huizenhoge brug over de Surinamerivier. De dag is nog jong en de lucht vol vocht van de nacht. We stoppen bij een warung voor koffie en een wit puntje met hete kip of Goudse kaas. We vragen ons af hoe dat te consumeren is in een hobbelende auto zonder bruin van de vlekken aan te komen. Maar zonder (oplos: helemaal hot hier!) koffie achter de kiezen op stap is geen alternatief. De weg naar Pierkondre neemt drie uur. Voorspeld was een slechte weg maar het viel alles mee. Oke er waren gaten maar de chauffeur van de taxi weet daar handig om heen te draaien. Vlot en zeker rijdt hij en dat geeft een goed gevoel. Ergens verdwijnt de tijd. Ik weet niet waar naar toe.

Langs de weg zie je bomen en af en toe verschijnt tussen de bomen door een houten huis. Dat huis maakt deel uit van een dorp. Dorpen in het binnenland worden bewoond door Marrons, de bosnegers of door inheemsen, de indianen.  In Suriname denkt men sterk in afkomst en de verschillende groepen hebben ook verschillende gremia waarop ze zichtbaar zijn. En in het binnenland vaak ook verschillende dorpen waarin ze wonen. Maar wij gaan eerst naar Albina, dat meer een stad is dan een dorp. Niet te verwarren overigens met de ‘De Stad’ . Daar is er maar een van in Suriname: Paramaribo. Vlak voordat in Albina zijn, stoppen we bij een ‘natuurtoilet’ dat ook zomaar een bushuisje had kunnen zijn.

We stoppen niet in Albina maar trekken direct door naar het aangrenzende Indianendorp Marijkedorp. Er staat een bordje dat aanduidt dat we  de indianendorpen binnentreden. Ik sta even innerlijk stil om het land te begroeten. Binnen enkele minuten leidt een rode weg ons naar Pierekondre. We stoppen voor de school waar de training plaats zal vinden. Maar eerst gaan we de kapitien van het dorp begroeten. Hij woont prachtig aan het water van de Marowijnerivier met een klein strandje voor de deur.

Het uitzicht uit de school

Het ontbijt bestaat uit witte puntjes, hete kip en Goudse kaas en staat klaar voor alle deelnemers. Die komen uit alle windrichtingen met de auto, motor of met de boot. Er is een grote pan met heet water waar we oploskoffie mee kunnen maken.  Echt afkoelen doet het hier in Suriname niet. Het hele land fungeert wat dat betreft als een groot rechaud.

Ellen-Rose opent de training en ik zit en kijk naar ‘ buiten’ door de grote openingen in het gebouw. Een gevoel van ontroering overvalt mij. De tranen lopen over mijn wangen en ik ben vol verwondering over wat mij overkomt. Dit gevoel herken ik niet een twee drie. Ik richt mijn blik weer naar buiten en het valt mij op hoe sterk de indrukken van buiten naar binnen komen. De helderheid van de groene achtergrond is enorm. Ik kan elke boom, elk blad op zich zelf zien. Ik weet dat ik straks stevig op mijn benen wil staan en besluit daarom even een rondje om te gaan om mijzelf hier te aarden.  Mijn lichaam moet wennen aan de omgeving hier. Ik sta op en verontschuldig mijzelf. Omdat ik eigenlijk ook niet zo goed weet waar ik wel en niet kan gaan, maak ik het mijzelf makkelijk en ga op het trappetje achter het gebouw zitten. Ik draai van de speciaal voor de gelegenheid uit Nederland meegebrachte slag een sigaretje. Na een kort moment blijkt het pauze te zijn en een van de deelnemers komt even bij mij staan. Hij vertelt mij over het hoge zuurstof gehalte van de lucht hier en ik begrijp het onmiddelijk. Ik ben een beetje high van de geconcentreerde lucht die ik inadem. Ik lach om mijzelf en herpak mijn energie.  Het is tijd om aan de slag te gaan….

Als het 5 uur is en de dag wat de training betreft om is, kijk ik terug op een heerlijke ervaring. De vrije energie die er in de groep heerst, brengt mij ook tot mijn maximale vermogen om ‘vrij’ te werken. Ik voel mij vrij om te spreken en de woorden vloeien in een prettige stroom. Uiteraard sta ik als altijd op mijn blote voeten te werken maar hier komt het meer natuurlijk over. Toch is de atmosfeer niet ontspannen, gelukkig want er mag en moet met volle aandacht gewerkt worden. Het is duidelijk te merken dat de mensen willen leren. Dat heb ik wel eens anders gezien. Wat volgens mij ontbreekt is de laag van stress die daar meestal overheen hangt. Nu is er meer openheid. Maar ook bescheidenheid. Dus het vraagt van mij andere kwaliteiten dan , even vragen  om te checken of de stof is begrepen. Later schrijf ik meer over wat ik heb geleerd van de andere manier van werken.

Na afloop gaan we met de auto naat het guesthouse in Albina, een rommelig plaatsje buiten de inheemse dorpen. Een wereld van verschil. Hier maken de gouzoekers en handelaars met het Franse land (Frans Guyana) aan de overkant de dienst uit. En dat is zichtbaar want het lijkt alsof niemend wat om de omgeving geeft. Zelfs de bomen staat er treurig, biijna kaal voor tropische begrippen, bij.  Om wat te eten gaan we naar Sjaggie’s BBQ. Een gekke plek aan de straat. We pakken bier en patat, met kip uiteraard en wisslen reiservaringen uit met het dorpshoofd en zijn Basja.

Vanwege een te grote hoeveelheid muggen breek ik deze schrijfsessie af. Morgen naar het binnenland voor de tweede (driedaagse)  training. Wordt dus vervolgt als ik terug ben denk ik ….

Foto’s vergadertraining met de inheemse leiders in Pierekondre

12 april 2010

Carin haalt presentatietechnieken aan

van elkaar leren
het trainingsmateriaal met veren uiteraard

Ellen-Rose presenteert de voorbeeld leiders aan de leiders

In Paramaribo

8 april 2010

Het is alsof iemand hier rond half zeven in de ochtend een grote knop omzet. Als uit het niets toveren zich geluiden van achter de gesloten ramen en gordijnen van mijn kamer in het Guesthouse. Allerlei motoren razen voorbij. Zoef, ggrr, zoef. Paramaribo is herrezen uit de nacht. Rare gewaarwording juist omdat ik wakker werd in het donker, ben gaan schrijven in mijn dagboek en toen bleek dat de zon ook besloten had om op te staan. Met alle geluiden brak de dag aan.

De nieuwe goden
Op de videoschermen in de cafe’s en restaurants verschijnen beelden van hitsige vrouwen en gladde mannen. Daartussen laveert in dit specifieke geval de keurig en zeer formele Hindoe-ober. Hij wringt zich in alle bochten om mij te voorzien van allerlei eetbaars. Vooral de producten in cupjes worden van harte aanbevolen als toppunt van luxe. Ik werp mij op de locale glorie: heel veel rood voedsel. Dus bestaat mijn ontbijt ineens uit rode kip, rood gekruid vlees en roze bakkeljouw. Om de man een plezier te doen, stem ik in met de suggestie om een ui-tomaat-omelet als vervolg te nemen.  Is dat dan het toetje vraag ik mijzelf af? Ondertussen staren twee plastic vogels mij aan in hun plastic nestje op tafel. En ik geniet. Dit is reizen. Dit is ontdekken. Dit is Paramaribo half 7 in de ochtend.

Na het onbijt duik in het internetcafe in. De regen is voorbij dus de letters komen weer in de juiste volgorde op het scherm. Ergens ook wel saai. Als je even niet oplet, zie je niets anders dan je thuis ook ziet. Dezelfde twitteraars zenden dezelfde twitters als altijd. Ineens voel ik mij heel dom. Moet ik niet beter gaan zwemmen in de Surinamerivier? Ik kies ervoor om voor een cappucino te gaan op het terras. En ja daar is Alex. De missionaris die ook in het vliegtuig zat. Ook met zijn laptop. Had de koningin dan toch gelijk?

Mijn gastvrouw komt mij verlossen en haalt mij op. We rijden in een rode SUV door de Villawijk. Apen in de kooi en honden op het erf. Een vriendin van haar komt op de jasmijnthee. Zij raakt mij met haar beschrijving van de schuwe Indiaan. Zij kijken naar jou maar je ziet hen niet. Zij weten alles van jou, lang voordat je je geest instelt op een rechtstreekse ontmoeting. Let op je intenties, gaf ze mij mee.

Buiten bij het huis begin ik te begrijpen hoe Suriname je kan pakken. Vooral als de avond invalt en het gekrekel van de dieren buiten diep in het huis binnendringt, voel je je verheven. De streling van de tropische wind, het is … tja wat is het….. Een roep. Maar een roep naar wat. Ik hoop het te mogen ontdekken.

Aankomst in Suriname

6 april 2010

De reis naar Paramarib0 is prima verlopen. Het regent hier dat het giet Maar dat geeft ook niet. Is lekker fris. Ik kan het iedereen aanraden om je te laten natregenen in de warmte. Maakt elke wellness-ervaring in een spa tot een lachertje.

Voet op Surinaamse bodem dus. De vochtige warmte komt je tegemoet zoals voorspeld. Of is het toch de regen op mijn huid? Ik weet het even niet in de verwarde geest na 9 uur in een sardineblikje gezeten te hebben die de KLM betitelt als een Elite-plus! machine. Maar wat een contacten kun je opdoen als je als argeloze reiziger in fysiek contact komt met een tot nu toe onbekende Brabantse buurman! Ik weet nu niet alleen hoe het aanvoelt om met de man te spreken en een drankje van de KLM te drinken, maar ik weet ook dat hij baggert, dat zijn vader baggerde en dat zijn opa, jawel, baggerde. En op een baggerschip zitten alleen maar mannen. De wijsheden van Eric, zo heet hij,  zal ik ook nooit vergeten. Als ik nu al zoveel kan leren over de wijsheid van de wereld wat zal ik dan niet van de Indianen gaan horen!

Bijlage: Wijsheden van Eric

1: Ik blijf niet bij, ik blijf liever bij m’n eigen. (over gadgets)

2: Ruim je eigen rotzooi op. (over rotzooi in de oceaan)

3: Ik houd van gezellige muziek, daar word ik warm van. (over muziekvoorkeur)

Donderdag reizen we naar de binnenlanden. De focus op de training wordt steeds duidelijker.  We gaan ons richten op de oorspronkelijk traditie en wat dat toevoegt aan de moderne maatschappij. Zowel voor de economische zelfstandigheid van de dorpen zelf als voor organisaties in deze tijd.

De aankomst in het Guesthouse Center was hartverwarmend. Naast een echte glimlach kreeg ik ook een de verzekering dat het allerbelangrijkst is dat ik mij COMFORTABEL voel. Waar vind je nog de eenvoud van een glimlach die waardevol is? Meestal moet er een training klantvriendelijkheid aan te pas komen om een ingestudeerde, eenvormige  begroeting op het gezicht te toveren.

Zal ik toch nog wat eten, vroeg ik mij af nadat ik de ene vliegtuighap na de andere had verorberd. Ik had het gevoel dat ik al meer dan een dag aan het eten was en dan moest ik nog avondeten? Toch had ik trek en ik streek neer op de aanbevolen plek: ‘t Vat. Echt zo’n plek waar je als toerist de eerst dag neerstrijkt. Lekker veilig door de westerse uitstraling maar toch in de gewenste tropische verpakking. Met dito bediening die steeds rondkijkt maar over het vermogen beschikt om mijn lege tafel cq glas net niet te zien. En de mayonaise kan ik qua smaak niet thuisbrengen.

De avond eindigt in bed met ramen dicht tegen muggen die ik in geen velden of wegen kan bekennen. Ik lees mijn drie mails die nog op de Blackberry stonden uit NL.  (Sorry mensen maar hier heb ik geen mailbereik helaas. Do leave a comment on my blog please! ). Twee vrienden van mij blijken banden te hebben met ‘ hier’. De ene heeft getraind in Suriname (oh ja tuurlijk Tom was ik bijna vergeten!) en de ander heeft een vriendin in het Amazone woud (oke dat is nieuws). Dan lees ik mijzelf voor uit Eckhart Note’s (Dik en vet aanbevolen!) en kom tot de bizarre ontdekking dat hij in de inleiding spreekt over zijn bezoek aan Indianen. Bestaat er dan echt geen toeval meer?

Morgen verder.

Een verhaal

5 april 2010

Uit: Verhalen van Surinaamse schrijvers, bijeengebracht door Michiel van Kempen, Arbeiderspers, 1989; isbn 9029525126

Nardo Aluman
Epakano Jakonombo/Tijdens de opstanding
Heel, heel lang voor de witte man kwam, bestond er een welvarend en vreugdevol dorpje aan de bovenloop van de Amana-rivier in het huidige Frans-Guyana. De naam Amana (Mana) is ontleend aan een soort klei. Het is een roodgele klei en komt veel voor aan de oevers van deze rivier. Van deze klei vervaardigen de Caraïbische vrouwen van de dorpen Awara en Galibi nog altijd hun aardewerk. Het dorp was gevestigd bij een grote Ulemari-boom en heette daarom Ulemari-undy (de stam van de Ulemari).

De rivier Amana leverde tal van middelen van bestaan. Aan vis en vlees had men in het dorp dan ook nooit gebrek. De bevolking van Ulemari-undy deed ook aan landbouw en het dorp was volbeplant met allerlei soorten vruchtbomen. De bewoners vormden een grote familie die onder leiding stond van een pyjai. Deze man was één van de grootste pyjai’s in de Guyana’s. Iedereen in de Guyana’s kende hem en men had veel eerbied voor hem. Zijn onderdanen durfden hem niet bij zijn naam te noemen en daarom wist niemand hoe hij heette. Zijn aanspreektitel was ‘Byjai’, dat betekent leermeester. Zoals het overal in de wereld toegaat, had deze Byjai ook tegenstanders in de andere dorpen; mensen die niet van hem hielden, omdat zij jaloers op hem waren. Maar waarom was men eigenlijk jaloers op hem? Wel, deze man bezat een aantal bijzondere gaven. Zo kon hij zich op bepaalde momenten één maken met de natuur. De vogels en andere dieren, dus ook de wilde poema, gehoorzaamden hem. Hij kon met ze spelen en hun opdrachten geven. Hij alleen kon met de totale natuur communiceren, zelfs met het kleinste levende wezen, zoals de krekel. Soms, als hij zin had, ging hij met de vogels op pad. Geen wonder dat deze man nooit problemen had met het vergaren van voedsel voor zijn gezin. Natuurlijk waren er mannen in het dorp die erachter wilden komen hoe hij dat

 
   
allemaal deed. De Byjai, die ook een bijzonder karakter had, vrolijk, eerlijk, behulpzaam en liefdevol was, sprak nooit met zijn vrouw of met anderen over zijn bijzondere gaven. Het enige wat zijn vrouw van hem wist, was dat hij op onverwachte ogenblikken niet meer in huis aanwezig was en als hij er dan weer was, vertelde hij aan zijn vrouw en kinderen dat hij was gaan wandelen. Soms duurde zo’n verdwijning een paar dagen: Waar hij precies naar toe ging, wist hij alleen.Zoals elke pyjai in die tijd, leefde hij erg gedisciplineerd en volgde onder andere een streng dieet. Zo at hij vlees of vis, nooit vers maar gerookt. Verder kwam hij nooit in aanraking met vrouwen in de menstruatieperiode. Elke inwoner van Ulemari-undy wist dit. De Byjai had zichzelf in de loop van zijn leven zodanig geestelijk ontwikkeld, dat hij een waardige geestelijke was geworden.Van heinde en ver kwamen zieken, naar lichaam of geest, naar hem toe voor hulp. Hij genas hen met succes. Toen hij wist dat hij vergevorderd was, begon hij in zijn dorp met een mentale ombuiging van zijn volk. Zijn streven was gericht op de training van elk individu voor een hoger geestelijk welzijn. Eén van zijn doelstellingen was het minimaliseren van de dood en hij verkondigde dat doden op een dag zouden verrijzen.

Hij trof toen voorbereidingen voor deze ‘opstanding’. Hij instrueerde de mensen hoe zij zich moesten klaarmaken voor dit gebeuren. Hij kondigde voor iedereen een periode van vasten aan, die een half jaar zou duren. Tijdens dit vasten mochten de inwoners van Ulemari-undy geen alcoholhoudende dranken gebruiken, alleen af en toe wat jonge casiri. Jong en oud moesten dagelijks een kruidenbad nemen, onder leiding van de Byjai. Alle geneugten van de wereld moest men in deze zes maanden vermijden en de mensen kregen de raad om hun bezittingen in de grond te begraven. Een uiterst sober leven voor de inwoners van Ulemari-undy was aangebroken.

Om deze periode in te wijden, hield men een groot feest. Het grootste deel van de bevolking ging daarna tot vasten over. Een klein deel van de mannen zorgde voor de nodige gemeenschappelijke voedselvoorraad en een speciale groep vrouwen had eerst een mierenproef ondergaan.

 
   
De Byjai trok zich terug in zijn speciale hut, de tokai. Hier riep hij de hulp in van alle goede geesten in de wereld en van Tamusi, de Almachtige. De tegenstanders van de Byjai volgden nauwlettend de gang van zaken. Met allerlei listen probeerden zij hem te dwarsbomen, maar tevergeefs. Nadat de vastenperiode van een half jaar was afgelopen, brak het grote moment aan. Enkele uren daarvoor was de Byjai uit zijn tokai gekomen. Hij vroeg aan zijn volgelingen zich te verzamelen in de openlucht. Het was vroeg in de avond en er scheen een heldere, volle maan. De sterren aan de hemel waren ontelbaar. De vogels en andere dieren waren al gaan rusten en de nachtdieren hielden zich stil. In deze doodse stilte bad de Byjai zachtjes. Hij zat op een hoge boomstam.Plotseling tegen middernacht ging de maan minder schijnen, de sterren verdwenen langzaam. Een geruis zwol aan in de nacht. De nachtvogels en de krekels begonnen te fluiten en te krieken. De tijgers brulden, de apen, konijnen, tapirs en andere dieren lieten zich eveneens horen. De geluiden van de dieren werden steeds heviger. Het werd pikdonker. De aarde begon te trillen. Ineens begonnen alle dieren in eenzelfde taal te praten. Ook de mensen konden die taal praten. In deze wirwar van omstandigheden wist niemand waar de Byjai zich op dat ogenblik bevond. Alles nam steeds toe in hevigheid.

Toen verschenen er enkele onbekende gezichten, mannen en vrouwen, ze waren mooi en welgevormd. Het aantal van deze onbekende gezichten nam toe. Terwijl dit alles zich afspeelde, ontdekte een vrouw de verblijfplaats van de Byjai. Ze rende stiekem naar hem toe en omhelsde hem stevig. Toen schreeuwde de Byjai: ‘Waarom, waarom toch…?’

Plots was het alsof er een kortsluiting plaatsvond. Het werd ineens weer licht. Iedereen lag dood op de grond. De Byjai? Hij was niet dood gegaan. Hij zat op zijn hurken met gebogen hoofd, terneergeslagen…

De plaats Ulemari-undy bestaat nog steeds en is bekend als Epakadopombo, de plaats van de opstanding. Het is nu een gevreesd gebied geworden. Niemand woont daar meer.

 
 

Talking Stick

4 april 2010
De talking-stick is al eeuwen lang door vele Indiaanse stammen als een middel om tot een onpartijdig verslag of oordeel te komen. De talking stick vormt een verbinding tussen de mens en de wereld van de Grote Geest die het grotere geheel omvat. Wie de talking stick in handen heeft wordt daarmee de spreekbuis van een grotere wereld. Dat gegeven kenmerkt zich door een grotere afstandelijkheid en tijdloosheid. Wie zo spreekt, spreekt met gezag.  Wanneer er zich serieuze kwesties voor de Raad der Ouden aandiende, nam de leidende oudere de talking-stick en startte de discussie. Als hij dan klaar was met wat hij wilde zeggen bood hij de talking-stick aan en om het even wie dan wenste na hem te spreken kon de talking-stick nemen. Op deze manier werd de stok van de ene deelnemer aan de andere doorgegeven tot iedereen die wenste te spreken dit had gedaan. De stok werd daarna terug gegeven aan de leidende oudere om de goede orde te bewaken.

Zo ook gingen de Indianen bijvoorbeeld pas op bizonjacht nadat ze al hun twijfels in een kring in de TIPI (tent) met elkaar hadden gedeeld: hoe groot is het gebied? Hoe gedragen we ons in het gebied van de bizon? Kan ik op jou, kun jij op mij rekenen? Wat zijn jouw en mijn sterke en zwakke punten? Dan pas ben je immers sterk als team, dan pas kun je met gerust hart en krachtig gemoed de uitdaging aangaan.

Sommige stammen gebruikten een talking feather (praat veer) in plaats van een talking stick. Andere stammen gebruikte een vredespijp, een ‘Wampum’ riem, een heilige schaal of sommige andere voorwerpen waardoor zij konden duiden wie het recht van spreken had. Wat dan ook het voorwerp is, het draagt respect voor vrijheid van meningsuiting en verzekert de spreker dat hij of zij de vrijheid en macht heeft te zeggen wat in zijn of haar hart leeft, zonder angst van represaille of vernedering. Essentieel voor de werking van de stok is dat de spreker niet vergeet dat hij een vonk van de Geweldige Geest in zich draagt en dat hij daarom ook heilig is. De talking stick is een praktisch middel om de spreker de ervaring mee te geven hoe het is om vanuit een gezagspositie te spreken en daarmee uit te stijgen boven de beperkingen van persoonlijke ambities, angsten en verlangens. Niet zelden kan iemand, die zich in het dagelijkse leven als een ‘grijze muis’ voordoet, plotseling als een grote en wijze muis worden die een hele andere statuur heeft dan grijsheid.

Follow

Get every new post delivered to your Inbox.